sp.a Gent-Oost

sp.a Gent-Oost is actief in Sint-Amandsberg en de wijken Dampoort en Heirnis

Uitbaatster Arlette van het Gentse volkshuis De Roos bezingt het socialisme

Volkshuis De RoosGelezen in De Morgen van zaterdag 17 oktober 2009 (Marijke Libert)

Wij blijven rood tot aan de dood

Op haar visiecongres dit weekend wil de Sp.a een grondig debat over de toekomst voeren, de neuzen in dezelfde richting zetten, alle gekrakeel, de afrekeningen en de vertrouwenscrisis laten verdampen. ‘Toch blijft het belangrijk zijn verleden en de fundamenten van het socialisme te kennen’, zegt níét de mandataris die zich vandaag in de zetels van de VUB nestelt, maar Arlette (59), doorgewinterde socialiste van het eerste uur en uitbaatster van een van de laatste echte volkshuizen. ‘Caroline Gennez is hier altijd welkom, maar misschien zou ik haar dan toch een vriendelijke opmerking geven.’

Tedere vastberadenheid. Roos én vuist. Beter kon het oude symbool van een strijdbaar socialisme niet vervat worden dan in het wezen van Arlette Rosseel. De Gentse uitbaatster van het laatste echte ‘volkshuis’ etaleert vurigheid en grote emoties. Pratend, aan het cafétafeltje, met uitzicht op een sociaal appartementsblok, houdt ze het amper een paar minuten droog.

“Die partij ligt me ook zo na aan het hart. Het is alsof het over mezelf gaat als ik erover praat.” Ze wrijft iets weg onder haar ogen, een eerste keer. Nico (35), de zoon, kijkt toe, argwanend en beschermend. Hij bereddert de zaak even terwijl de mama praat, trekt luidruchtig door het volle café met koffie en advocaatjes, dolt met de keffende hond, Pruts. “Stop ne keer Nico, met diene hond zo op te jagen”, zegt Arlette en ze vervolgt het gesprek. Vijf jaar geleden nam ze dit hoekcafé over. Hoewel er ‘volkshuis De Roos’ aan de gevel hangt, is de zaak vooral een buurtcafé. Arlette wil dat het een ontmoetingsplek is voor elke mens, ‘van welke gedachte ook’. Toen Arlette vernam dat de vorige eigenaar, die met de socialistische coöperatieve in de clinch lag, er de brui aan gaf, stuurde ze meteen haar sollicitatiebrief. “Dat was mijn grootste droom geweest, mijn hele leven al. Een volkshuis mogen openhouden. Zeker deze buurt sprak me aan. De clubs waren hier leeg aan het lopen, terwijl de nood aan ontmoeting groeide. Ook hier kwam, zoals overal in het land, het socialisme onder druk te staan. Goed, dacht ik, dit is mijn moment.

“Ik ben een product van die oude Gentse garde, uit de tijd waarin grote figuren als Gilbert Temmerman zich manifesteerden. Mijn man was leider bij de Rode Valken. Wij zijn, zoals ze zeggen, échte. Om een lang verhaal kort te maken: ik werd aangenomen als uitbater. De voorwaarden waren simpel. Ik moest mei-avond en de maandelijkse vergadering van de wijkwerking s.pa Gent-Oost verzorgen, evenals de tweewekelijkse koffietafel en de Laatste Loodjesfuif op de vooravond van de verkiezingen.”

Diep in haar binnenste telde vooral één ding: de mensen uit de buurt weer bijeen krijgen, niet per definitie achter het grote socialistische gedachtegoed, wel achter een eenvoudige houten cafétafel, bij het glas bier of om de veertien dagen bij de koffie met een eclairke.

Arlette: “Toch hebben we hier het voorbije jaar tien nieuwe leden mogen verwelkomen. Soms gaat het gewoon om mensen die hier binnenkomen, horen praten over de koffietafel en dan maar 12 euro lidgeld per jaar betalen. Die bijdrage gaat naar de partij, dat weten ze. Ze komen echter vooral voor dat contact. Wij zijn de enigen met een koffietafel waarvoor de mensen niets moeten betalen. Iedereen krijgt twee à drie koppen koffie en een koek, een eclair of iets anders. Daarnaast krijgen ze ook nog een consumptie tot maximum 2 euro gratis. Wij vragen alleen dat ze een prijsje meebrengen voor de tombola. Van het lotjesgeld worden de koeken betaald, de koffie is van mij. Iedereen krijgt ook jaarlijks een moederkes- of vaderkesdag. Dit jaar was dat een halve kilo pralines van Leonidas en warme beenhesp. In december is er dan weer een menu van 29 euro per persoon plus een voedselpakket ter waarde van 25 euro, ook van het lotjesgeld. In die pakketten zitten twintig producten: koffie, koekjes, een kerststol, spaghetti, smeerkaas, confituur, erwtjes en worteltjes, appelmoes, rode kool, noem maar op. Twee volle zakken van de Aldi. Sommige mensen die ‘de koffietafel doen’, kunnen dat echt gebruiken.”

brok geschiedenis

Het volkshuis De Roos bevindt zich letterlijk op een kruispunt tussen een gewone wijk en een sociale wijk, compleet met blokken appartementen, in Gent bekend als de Scheldegebouwen.

Arlette: “Het is een wijk met haar gewoontes en haar problemen. Dat horen we toch in het café. We staan die mensen nu niet meteen bij, daar zijn andere instanties voor zoals het OCMW. Maar een luisterend oor bieden is ook belangrijk. Het gebeurt soms dat mensen hier binnenkomen met papieren die ze niet begrijpen, of dat ze ons vragen om iets in te vullen. Of ze bellen ons als er in huis iets kapot is. Dan steken wij een handje toe, mijn man, mijn zoon en ik. Ik denk zo en ik leef zo. Ik stam uit een traditioneel rood nest. Alle kinderen in de hele familie zijn socialisten in hart en nieren. We woonden zelf ooit in een blokkenwijk. Door naar de wijkclub te gaan leerden we Gilbert Temmerman en zijn entourage kennen. Toen hij nog schepen was, heb ik een lied voor hem geschreven, iets in de trant van: ‘Gilbert wordt burgemeester’. Hij verklaarde mij toen gek. Maar kijk, hij werd het, hé.

“Mijn kinderen zijn allemaal in de jeugdwerking geweest van het ABVV. Ik heb grote socialistische mannen zien opgroeien en zich ontwikkelen. Luc Van den Bossche heb ik nog gekend toen hij voorzitter was van de Jongsocialisten, Freya en Dimitri heb ik nog zien spelen in de gang bij hem thuis. Ik heb een redelijke brok geschiedenis meegemaakt. We waren vaste meelopers in de stoet. Mijn man deed het ziekenvervoer voor de SP. Ik heb dagen en nachten geplakt voor de partij, verkiezingsborden vol. Ook voor Freya, die opkwam voor de gemeenteraad. Ze had toen een campagne met een zwaaiend handje. We hadden een club wielertoeristen die in de verkiezingstijd achter op hun fiets met dat handje van Freya rondreden. Schoon hoor. Wat een tijd. (zucht) Die tijden zijn serieus veranderd.”

Die uitspraak is het startschot voor Nico, die ineens bijna dreigend dichterbij komt. Nico: “Ons leven lang hebben wij campagne gevoerd. Oké, het socialisme is ons opgelepeld, we kenden bijna niet anders, iedereen rondom ons was er vol van. Maar het heeft gewerkt, hoor, en het werkt nog. Ik ben nu vijfendertig jaar en er is niemand die mij van mening zal kunnen doen veranderen. Ik ben en ik blijf rood.”

Arlette (lacht): “Voilà, onze kweek. Inzet en vurigheid, moet ik nog meer zeggen?”

Nico: “Ik zou het kunnen tonen, want er bestaan foto’s van. Vier jaar was ik toen ik meestapte in mijn eerste 1 meistoet. Vooraan.”

Arlette (vertederd): “Met een trommeltje. Maar ja, alles evolueert, zoals ik al zei. Weet je, ik heb niets tegen Caroline Gennez, tenslotte ken ik haar niet, maar… in sommige dingen gaat ze een beetje te ver, vind ik. De e-mails die gelekt zijn, echt, ik vond dat erover. Het is een raar verhaal, hé. Maar ik bemoei me daar niet mee, het heeft ook geen invloed op mijn manier van socialist zijn. Ik scheid dat een beetje, nationaal en regionaal. Hier, met dit Gentse socialisme, ben ik nog altijd heel gelukkig. Caroline is welkom hoor, in ons volkshuis. Mocht ze hier binnenkomen, dan zou ik misschien op een vriendelijke manier een opmerking maken. Ik zou gewoon zeggen dat ik, als uitbaatster van dit café, hoor dat veel mensen denken dat ze niet altijd goed bezig is. Dat mag ze toch weten? Het heeft iets met haar persoon te maken, heb ik het gevoel. Hoe ze overkomt. Natuurlijk, ik ben en blijf een Gentse en de mandatarissen van hier kunnen weinig verkeerd doen. Kijk, zie je die grote ramen? Bij de verkiezingen kun je daar niet door kijken, alles is volgeplakt met sp.a-affiches. Geen daglicht komt hier dan nog binnen.”

Wijk De Toekomst

Wat betekent voor Arlette het socialisme van vandaag?

Arlette: “Het betekent in eerste instantie dat je uitleg moet geven aan de mensen, zeker aan degenen die een beetje minachtend doen. Ik ga dan voor hen staan en zeg: ‘Luister, wie heeft als eerste de vakbond opgericht? Door wie komt het, denk je, dat jij een ziekteverzekering hebt? Door de socialisten. Trouwens, wij zijn nog verwarmd geweest door de socialisten. De coöperatieve, die zorgden voor de kolen’. Ik weet dat ik over lang geleden spreek, misschien over te lang geleden, maar ik weet ook dat het niet slecht is zijn geschiedenis te kennen en te verkondigen. Veel jongeren kennen die fundamenten niet meer. (wijst naar buiten) Vroeger heette deze sp.a-wijk hier ‘De Toekomst’. Ik vond dat zo’n mooi woord, heel passend, want daar zat het socialisme perfect in vervat. Dat vind ik nog altijd de basis. Socialisme gaat over de toekomst. Mijn droom, mijn toekomst lag dan nog in de wijk De Toekomst. Ik werk hier met grote inzet en zonder gemor. Ik ben blij als ik mensen van de coöperatieve hoor zeggen: ‘We hebben zelden zulke goede uitbaters gehad als die van De Roos. Nooit problemen, nooit klagen, altijd eerst zelf oplossingen zoeken als er iets is’. Mijn socialisme zegt me dat ik niet aan de klaagmuur moet gaan staan. Ik moet mijn eigen boontjes doppen.”

Dit volkshuis, zo wordt beweerd, had voor Arlette een uitbater die iets minder gelieerd was met het socialisme.

Arlette: “Ik zal u nog meer zeggen. De vorige uitbater was een Vlaams Blokker. Punt uit. Maar dat hebben we pas later geweten. Bon, hij had een partijkaart van de socialisten, maar we voelden al langer dat er iets grondig mis was. Weet je hoe ik het uiteindelijk te weten kwam? Op een domme manier. Het waren verkiezingen en voor het eerst stond Fatima Pehlivan op de lijst. Ik kwam hier op het café plakken, en de uitbater was er die dag toevallig niet. Later sprak hij me aan met: ‘Wat heb jij hier geplakt? Ik moet geen Turken aan mijn venster’. (fel) Ik zei: ‘En toch gaan die affiches er niet af’. Ik heb altijd achter allochtonen op de s.pa-lijst gestaan. Ik ken Fatima Pehlivan goed, dat is zo’n lieve. Altijd vriendelijk, altijd een zoen als ze hier binnenkomt. In de buurt wonen natuurlijk ook Blokkers, wat wil je. Maar als die zeuren over het feit dat de ‘vreemden’ hier geen Nederlands praten, zeg ik: ‘Heb jij al eens vriendelijk in het Vlaams goedendag tegen hen gezegd? Awel, probeer het, misschien zeggen ze in het Vlaams iets terug’.

Pas op, die Blokkers mogen hier komen en aan mijn toog staan. Ze mogen alleen geen reclame maken voor hun partij.”

Wat mankeert er volgens Arlette aan de huidige generatie socialisten?

Arlette: “Hm, misschien toch een soort gedrevenheid. Ik vind dat ze zich minder smijten. Het zit nogal in hun hoofd allemaal, en ze praten veel. Het socialisme, dat is veel denken en babbelen geworden onder veel intelligente mensen.”

Nico komt er ineens weer tussen, vlammend kwaad deze keer: “In mijn ogen hebben de socialisten één grote fout gemaakt in het verleden, en dat is Bert Anciaux aanvaarden.”

Arlette: “Wat Nico hier zegt, hoor ik vaak zeggen. De mensen moesten niet weten van Anciaux. Dat heeft ook bij militanten iets kapotgemaakt, ze zijn ergens gekwetst. Er komt hier vaak een persoon die nog de Rode Valken heeft gedaan in Sint-Amandsberg. Hij is hier komen zeggen dat hij zijn lidkaart zou teruggeven. Stel je dat voor. Zo’n geschiedenis die je overboord gooit. Ik heb gesmeekt: dóé dat niet, man.”

Nico: “De partij was nochtans zo goed bezig, maar dat spel met den Bert heeft ons gekrenkt. Heel diep. En er is nog iets wat me stoort. S.pa, dat ging toch over arbeid? Is die partij nu nog voor de arbeider bezig? Nee dus. Voilà. Sorry dat ik het zo cru zeg.”

Arlette: “Bij ons gaat het niet over het feit dat we tegen die verruiming zijn. Het gaat erover waar je voor staat als socialist, in de brede zin. Ik ben ook niet iemand die naar partijcongressen gaat, die daar gaat zitten en luisteren en meepraten over visies en zo. Ik wil vooral mensen bijstaan, dus geef mij maar mijn café. Hier luister en zit en denk ik nog het beste. Laat me maar vechten voor de mandatarissen van Gent, voor onze mensen in de politiek. Ook al zijn we het niet altijd eens met hoe het boven aan de top gaat, we blijven de gedachten uitdragen. Wij blijven rood tot aan de dood.”

Verloren schaap

De vijfde keer is het, minstens, dat Arlette onderbreekt om een zakdoek boven te halen en haar ogen te deppen. Onverklaarbaar bijna, dat ze zo geëmotioneerd wordt als ze het over dat socialisme heeft, alsof het over haar persoon gaat.

Arlette: “Het is een teer punt, dat zie je goed. Het emotioneert me zeker als ik hier met jou die geschiedenis zit door te nemen, van mij en van mijn partij. We hebben ook zoveel meegemaakt. Neem die tijd toen er nogal wat socialisten naar het Blok zijn overgestapt. Dat stak. Ze gaven geen argumenten om over te stappen, vond ik. Sommigen zeiden: ‘Die vreemden maken te veel lawaai, ze storen mij, ik ga naar het Blok’. Wat een belachelijke kleine onbenulligheden. Kijk, een vaste klant van mij is intussen een Blokker. Hij heeft de avond voor de verkiezingen hier gevierd. Ik heb hem gezegd: ‘Awel man, ik zou de gazet moeten bellen en zeggen: ik heb een goede titel voor een artikel. ‘Vlaams Blokker viert de Laatste Loodjesfuif met de rooien’. Hij haalde zijn schouders op, en ik vervolgde: ‘Waar zijde gij eigenlijk mee bezig?’. Weet je wat zijn antwoord was?. ‘Ach’, zei hij letterlijk, ‘het is uit dommigheid, Arlette, uit dommigheid’. Tja, eerlijk was hij wel.

“Kijk, als schepen Tom Balthazar hier binnenkomt, dé man van de s.pa-wijk hier, is de eerste die hem een hand gaat geven die Vlaams Blokker. Maar even later gaat hij naar huis om zijn vlag van het Blok uit te hangen. Ik heb inmiddels wel vernomen dat hij niet meer naar congressen en recepties van die partij gaat. Misschien, hoop ik dan, is hij milder geworden en keert het verloren schaap terug.

“Ja, het is belangrijk om te blijven hopen. Door wat ik meegemaakt heb in mijn leven weet ik dat hoop verlost en dat sommige dromen kunnen uitkomen. Ik werd ooit een bastaard genoemd omdat ik niet de naam droeg van mijn biologische vader. Mijn moeder heeft me op mijn twaalfde in een tehuis geplaatst. Ik heb altijd moeten opkomen voor mijzelf. Dat gevecht heeft mee mijn socialisme ondersteund. Daarom misschien dat ik emotioneel kan worden als ik het over die partij heb. Het heeft te maken met de drang om te overleven en met het feit dat je mensen bijeen kunt brengen rond een ideaal, over alle toestanden heen.

“Socialisme staat bij mij ook voor vriendschap, voor verbonden zijn. Daar zorg ik dan maar een beetje mee voor, in deze wijk, in dit café. Dat maakt mij gelukkig. Kijk, deze namiddag komen hier twintig rolstoelpatiënten van het home om de hoek pannenkoeken eten. We hebben hier een countryclub en die zijn gaan dansen vorige zaterdag voor de mensjes van het home. Je had ze moeten zien zitten glunderen en in hun handen klappen. Daar krijg ik dan ook weer tranen van in mijn ogen. Vorige week hebben we hier de verjaardag gevierd van een vrouwtje van 96. Haar kinderen en kleinkinderen kijken niet meer naar haar om. Je had dat geluk moeten zien, je had die ambiance moeten meemaken toen ze gevierd werd (stokt). Ja, ook dat is een volkshuis, mevrouw. Voor mij toch. Mijn zoon gaat elke woensdag die rolstoelpatiënten ophalen. Ook dat is socialisme. Socialisme, dat betekent volk, én dat betekent ook een beetje mee zorg dragen voor het volk. Het volk, daar moet je mee praten en dat volk moet je ook ernstig nemen. Alles gaat tenslotte over solidariteit en dienstbaarheid. Misschien heeft dat met mijn verleden in dat tehuis te maken. Ik heb niet te veel zorg gekregen in die tijd, terwijl ik dat als kind wel kon gebruiken. Gelukkig heeft mijn man mij uit die toestand gehaald. Ik ben gered door mijn huwelijk met hem. En wat me voor de rest altijd recht heeft gehouden is die partij.”

Praten met de mensen

Doet het geen zeer, vanuit haar persoonlijke betrokkenheid, dat ze de top van haar partij vast ziet lopen in allerlei discussies?

Arlette: “Ik blijf die oude gedachten dienen. Aan mijn sleutelbos hangt nog altijd het plakkaatje van de BSP, de vuist met de roos. Voor mij is het het belangrijkste dat de socialistische partij blijft bestaan. Als ze de dieperik zou ingaan, zou ik het heel erg vinden, maar de laatste die zal opgeven ben ik.”

Het visiecongres van de s.pa dit weekend gaat over nadenken over de toekomst. Heeft Arlette tips?

Arlette: “Wat zou ik hier vanuit mijn café aan die mensen moeten zeggen? Misschien toch dit: dat het redelijk eenvoudig is. Praat de taal van de bevolking en neem er contact mee op. Praat met de mensen, praat niet over de mensen. En zak gerust eens af naar onze wijken en in de cafés, om te luisteren. Kijk, laatst konden de s.pa-leden met hun kinderen naar de dierentuin gaan. Dat is leuk, met zijn allen naar de beestjes gaan kijken, maar ze zijn er toch maar weer mooi onder elkaar. Degenen die twijfelen of de partij verlieten bereik je daar niet mee. Hier in dit volkshuis zit iedereen, leden en niet-leden. Allemaal hebben ze een verhaal dat het beluisteren waard is. En allemaal hebben ze het geweldige voordeel dat ze zeggen wat hen op het hart ligt. Ik beweer niet dat je de mensen direct op andere gedachten zou brengen, maar even contact leggen zou een mooie eerste stap zijn. Weet je wat ik spijtig vind? Kijk naar buiten, naar al die appartementen en naar al die huisjes in de omtrek. Zeker vijfhonderd gezinnen wonen hier, vroeger was het een haard van socialisten, een heel militante wijk. Maar kom eens kijken naar de ramen als het verkiezingen zijn, hoeveel affiches er ophangen. Misschien twee of drie, op de vijfhonderd. Vindt gij dat normaal?”

Arlette: ‘Socialisme staat bij mij ook voor vriendschap, voor verbonden zijn, voor mensen bijstaan. Daar zorg ik dan maar een beetje mee voor, in deze wijk, in dit café. Dat maakt mij gelukkig

Nico: ‘S.pa, dat ging toch over arbeid? Is die partij nu nog voor de arbeider bezig? Nee dus. Voilà. Sorry dat ik het zo cru zeg’

2 Reacties naar “Uitbaatster Arlette van het Gentse volkshuis De Roos bezingt het socialisme”

  1. Elie Bradt zei

    Graag en niet zonder ontroering het artikel in De Morgen gelezen.
    Knap werk
    Ik kreeg via via van Tom Balthazar uw e-mailadres maar dat klopte niet.
    Ikzelf ben een schakeltje in de zanggroep Morgenrood met een kern van gewezen leden van de socialistische jeugd. Wat ons intrigeert: uw man was ooit rodevalkenleider. Wanneer ongeveer en waar ?
    Een poging om met enkelen naar De Roos te komen mislukt door werken aan het viaduct maar dat doen we beslist in de komende weken.

    Van harte,

  2. Dag Elie,

    Ik heb je een persoonlijk mailtje verstuurd.

    mvg,

    jo

Reageer

XHTML: De volgende sleutelwoorden kun je gebruiken: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <pre> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>